ECLI:NL:GHARN:2007:BC4872
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep kort geding
- M. Mannoury
- J. Van der Kwaak
- J. Van der Pol
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake beslaglegging en pandrecht bij belastingvordering Ontvanger
Appellant, bestuurder van een besloten vennootschap, was aansprakelijk gesteld voor diverse belastingaanslagen door de Ontvanger. De Ontvanger legde conservatoir beslag op de woning van appellant, dat later werd opgeheven na een overeenkomst waarbij appellant goederen in vuistpand gaf als zekerheid.
Appellant vorderde in kort geding een verbod op hernieuwd beslaglegging en opheffing van het pandrecht, stellende dat de Ontvanger misbruik van recht zou maken en dat de vorderingen ondeugdelijk waren. Het hof oordeelde dat een verbod op hernieuwd beslag slechts onder uitzonderlijke omstandigheden kan worden toegewezen, zoals bij misbruik van recht in de zin van artikel 6:162 BW Pro.
Het hof concludeerde dat appellant onvoldoende feiten had gesteld om aannemelijk te maken dat de Ontvanger misbruik zou maken van het beslagrecht. De vorderingen van de Ontvanger, ook al zouden enkele aanslagen vernietigd worden, overstegen de waarde van de zekerheid, waardoor geen grond was voor het gevorderde verbod. Ook het beroep op wilsgebreken bij de totstandkoming van de pandrechtsovereenkomst faalde wegens gebrek aan bewijs.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de voorzieningenrechter en veroordeelde appellant in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het beslag en pandrecht van de Ontvanger blijven gehandhaafd.