ECLI:NL:GHARN:2007:BC5303
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Van der Pol
- Smeeïng-van Hees
- Van den Brink
- Rechtspraak.nl
Gemeente vordert dwangsommen wegens gebruik recreatiewoning als hoofdverblijf
De gemeente Harderwijk vordert een bedrag van € 18.258,62 aan verbeurde dwangsommen van geïntimeerde omdat hij de recreatiewoning aan een adres in Harderwijk in strijd met een dwangsombesluit als hoofdverblijf zou hebben gebruikt in de periodes van 24 december 2003 tot 17 maart 2004 en van 12 mei tot 29 september 2004. Geïntimeerde betwist dit en stelt dat hij sinds 24 december 2003 op een ander adres staat ingeschreven en daar zijn hoofdverblijf heeft.
De rechtbank heeft de bewijslast voor het gebruik van de recreatiewoning als hoofdverblijf op de gemeente gelegd, wat het hof bevestigt. Het hof overweegt dat geïntimeerde als eigenaar beter in staat is zijn woonsituatie te bewijzen, zodat aan de gemeente geen hoge bewijsvereisten mogen worden gesteld. Uit controleverslagen en getuigenverklaringen blijkt echter dat geïntimeerde ook buiten de weekenden in de recreatiewoning verbleef, wat in strijd is met zijn eigen verklaringen.
De getuigenverklaringen over het hoofdverblijf op het andere adres vertonen tegenstrijdigheden en er is geen reële huurovereenkomst. Het hof acht de gemeente voorshands geslaagd in haar bewijs, maar geeft geïntimeerde de gelegenheid tot het leveren van tegenbewijs, bijvoorbeeld door het overleggen van afrekeningen voor gas, water en licht. De zaak wordt aangehouden tot de rolzitting van 15 januari 2008 voor het leveren van dat bewijs.
Uitkomst: Het hof houdt de zaak aan en staat geïntimeerde toe tegenbewijs te leveren over het gebruik van de recreatiewoning als hoofdverblijf.