ECLI:NL:GHARN:2007:BD9571
Gerechtshof Arnhem
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Hogere schadevergoeding voor langdurige voorlopige hechtenis wegens bijzondere omstandigheden
Appellant was op 4 april 2005 in verzekering gesteld en vervolgens op 7 april 2005 in voorlopige hechtenis genomen, welke op 3 juni 2005 werd opgeheven. Daarnaast werden beperkende maatregelen opgelegd van 7 tot 21 april 2005. De zaak eindigde op 10 maart 2006 door een sepot, zonder strafoplegging.
De rechtbank Utrecht kende op grond van artikel 89 Sv Pro een forfaitaire schadevergoeding van € 10.000 toe voor de ondergane detentie. Appellant stelde dat gezien zijn leeftijd, het opsporingsonderzoek en het feit dat hij samen met zijn echtgenote was gedetineerd, een hogere vergoeding op zijn plaats was.
Het hof oordeelde dat deze bijzondere omstandigheden zwaardere gevolgen hadden dan bij andere vergelijkbare zaken en kende daarom een vergoeding van € 200 per dag toe voor 60 dagen, totaal € 12.000. De beschikking van de rechtbank werd vernietigd en het hogere bedrag toegekend.
Uitkomst: Het gerechtshof kent appellant een hogere schadevergoeding van € 12.000 toe voor de langdurige voorlopige hechtenis.