Uitspraak
Het verloop van de procedure in eerste aanleg
Gerechtshof Arnhem
Appellant heeft een arbeidsongeschiktheidsverzekering afgesloten bij De Amersfoortse en maakte aanspraak op uitkering wegens arbeidsongeschiktheid vanaf 27 augustus 2004. De verzekeraar stelde dat geen sprake was van inkomensderving, wat de kern van het geschil vormde.
De rechtbank wees de vordering af omdat appellant onvoldoende had bewezen dat er inkomensderving was. In hoger beroep betoogde appellant dat de verzekeraar onjuist de referteperiode van vijf jaar hanteerde in plaats van de gebruikelijke drie jaar en dat een bijzondere bate ten onrechte buiten beschouwing was gelaten.
Het hof oordeelde dat de polisvoorwaarden geen specifieke methode voor schadebegroting voorschrijven en dat de verzekeraar redelijkerwijs een ruimere referteperiode mag hanteren. De bijzondere bate uit 2001 mocht buiten beschouwing blijven omdat deze niet gerelateerd was aan het verzekerde beroep. De grieven van appellant werden verworpen en het vonnis van de rechtbank werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering af en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.