ECLI:NL:GHARN:2008:BC2743
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- dr. Zwemmer
- J.B.H. Röben
- mr. Van Schie
- Rechtspraak.nl
Overdrachtsbelasting bij verkrijging woningen krachtens maatschapsovereenkomst niet gelijk aan verkrijging krachtens erfrecht
Belanghebbende oefende samen met zijn vader een landbouwbedrijf uit in maatschap. Na het overlijden van de vader in 2003 werd de maatschap ontbonden en werden de onroerende zaken, waaronder woningen, door de echtgenote van de overledene aan belanghebbende geleverd via een notariële akte in 2005.
Belanghebbende stelde dat deze verkrijging gelijkgesteld moest worden aan een verkrijging krachtens erfrecht, waardoor geen overdrachtsbelasting verschuldigd zou zijn. De Inspecteur en rechtbank verwierpen dit standpunt en legden de belasting op.
Het hof oordeelde dat de verkrijging voortvloeit uit de maatschapsovereenkomst en niet uit erfrechtelijke verkrijging. Ook was er geen beschikking van de kantonrechter zoals vereist voor toepassing van artikel 4:38 BW Pro. Bovendien waren de woningen niet dienstbaar aan de onderneming, waardoor de vrijstelling niet van toepassing is.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Partijen kunnen nog cassatieberoep instellen bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, waardoor overdrachtsbelasting verschuldigd blijft.