ECLI:NL:GHARN:2008:BC5168
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- P.C. Vegter
- J.A.W. Lensing
- M.M. van Ditzhuijzen
- Rechtspraak.nl
Nietigheid onderzoek ter terechtzitting wegens afwezigheid openbaar ministerie
In deze strafzaak stelde de officier van justitie hoger beroep in tegen een vonnis van de rechtbank Almelo waarin zij niet-ontvankelijk werd verklaard. De kern van het geschil betrof het horen van een getuige in aanwezigheid van verdachte, ondanks een verzoek van het openbaar ministerie om dit buiten aanwezigheid van verdachte te doen vanwege gezondheidsrisico's voor de getuige.
Tijdens de terechtzitting in eerste aanleg verliet de officier van justitie de zittingszaal nadat de rechtbank haar verzoeken had afgewezen en de getuige in aanwezigheid van verdachte wilde horen. De rechtbank besloot daarop buiten aanwezigheid van het openbaar ministerie het onderzoek voort te zetten en verklaarde het openbaar ministerie niet-ontvankelijk, waarna verdachte onmiddellijk werd vrijgelaten.
Het hof oordeelt dat het fundamentele beginsel van het strafprocesrecht vereist dat het openbaar ministerie bij elk onderdeel van het onderzoek ter terechtzitting aanwezig moet zijn. Het voortzetten van het onderzoek zonder aanwezigheid van de officier van justitie leidt tot nietigheid van het onderzoek. Daarom vernietigt het hof het vonnis van de rechtbank en wijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling.
Het hof gaat niet in op de inhoudelijke beslissing over het horen van de getuige, omdat het onderzoek nietig is verklaard. De zaak wordt verwezen naar de rechtbank Almelo voor verdere behandeling conform de wettelijke voorschriften.
Uitkomst: Het onderzoek ter terechtzitting is nietig verklaard vanwege afwezigheid van het openbaar ministerie, en de zaak is terugverwezen naar de rechtbank.