ECLI:NL:GHARN:2008:BC6673
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Van Rossum
- Smeeïng-van Hees
- Mannoury
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging afwijzing toelating wettelijke schuldsaneringsregeling wegens niet-goedertrouw alimentatieschuld
De appellant, een 30-jarige gescheiden man met een schuld van circa €21.000, verzocht om toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling. De rechtbank Almelo wees dit verzoek af omdat de appellant niet te goeder trouw was bij het ontstaan van een alimentatieschuld van €8.435,71 en er gegronde vrees bestond dat hij zijn verplichtingen niet zou nakomen vanwege lopende alimentatiebetalingen.
In hoger beroep stelde appellant dat hij de alimentatie niet kon betalen door onvoldoende draagkracht en onwetendheid over de mogelijkheid tot nihilstelling van alimentatie. Hij had na werkloosheid geen uitkering aangevraagd en kreeg hulp van zijn moeder. Een verzoek tot nihilstelling van alimentatie zou spoedig worden ingediend.
Het hof oordeelde echter dat appellant niet te goeder trouw was omdat hij geen uitkering had aangevraagd en geen stappen had ondernomen om alimentatie aan te passen. Ook is niet aannemelijk dat hij zijn verplichtingen zal nakomen gezien het beperkte budget, waardoor nieuwe schulden zullen ontstaan.
Het hof vond geen bijzondere omstandigheden die toelating rechtvaardigen en bekrachtigde het vonnis van de rechtbank. De toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling blijft afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling wegens niet-goedertrouw ontstaan van alimentatieschuld en onvoldoende draagkracht.