ECLI:NL:GHARN:2008:BC6745
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Valk
- Wesseling-Lubberink
- Van Osch
- Jansens van Gellicum
- Rogaar
- Rechtspraak.nl
Geschil over nakoming en verrekening van pachtovereenkomst na ruilverkaveling
De zaak betreft een geschil tussen de vruchtgebruikster van een nalatenschap en de pachter over betaling van pacht, wettelijke verhogingen, waterschapslasten en ruilverkavelingsrente. De oorspronkelijke pachtovereenkomst werd gewijzigd na een ruilverkaveling, waarbij de grondkamer een akte opmaakte die dezelfde kracht heeft als een goedgekeurde wijzigingsovereenkomst.
De vruchtgebruikster vordert betaling van achterstallige pacht en bijkomende kosten, terwijl de pachter stelt dat hij te veel heeft betaald en verzet zich tegen de vorderingen. Het hof oordeelt dat de vruchtgebruikster bevoegd is tot het instellen van de vorderingen en dat de oorspronkelijke pachtovereenkomst tot 7 maart 2005 geldt, daarna de gewijzigde overeenkomst. Verjaring van vorderingen is van toepassing, waarbij vorderingen ouder dan vijf jaar vóór dagvaarding zijn verjaard.
Verder is vastgesteld dat de pachter vanaf 1999 het pachtersaandeel in de waterschapslasten en ruilverkavelingsrente niet heeft betaald en dat verrekening van te veel betaalde pacht met deze lasten mogelijk is. De vorderingen tot betaling van rente en accountantskosten worden afgewezen. Het hof wijst partijen aan om aanvullende stukken te overleggen en wijst verdere beslissing aan.
Uitkomst: Het hof bevestigt de bevoegdheid van de vruchtgebruikster en wijst de meeste grieven van de pachter af, met nadere aanwijzingen voor bewijslevering en verrekening.