ECLI:NL:GHARN:2008:BC7432
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Van den Brink
- Smeeïng-van Hees
- Van der Weij
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw
Appellant heeft bij de rechtbank Almelo een verzoek ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling, welke op 27 november 2007 is afgewezen. Hij ging hiertegen in hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem.
Appellant is een alleenstaande man met een dochter en een totale schuldenlast van ruim €80.000,- bij verschillende schuldeisers. De rechtbank oordeelde dat appellant niet te goeder trouw is geweest met betrekking tot het ontstaan en het onbetaald laten van een substantieel deel van zijn schulden. Appellant stelde dat sommige schulden buiten de vijfjaarstermijn waren ontstaan en dat zijn alimentatieschuld getoetst moest worden aan de aard, omvang en nakomingsinspanning.
Het hof nam kennis van de mondelinge behandeling waarbij appellant toegaf na het verbreken van zijn relatie in 2001 een losbandig leven te hebben geleid en meerdere schulden te hebben laten ontstaan. Ook verloor hij in 2006 zijn baan door eigen toedoen. Hoewel een deel van de schulden buiten de vijfjaarstermijn was ontstaan, was het onbetaald laten van deze schulden hem wel te verwijten. Het hof concludeerde dat niet aannemelijk was dat appellant te goeder trouw was geweest. Het hoger beroep faalde en het vonnis van de rechtbank werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst het verzoek tot schuldsaneringsregeling af wegens het ontbreken van goede trouw.