ECLI:NL:GHARN:2008:BC8035
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep kort geding
- Van Loo
- Prakke-Nieuwenhuizen
- Bronzwaer
- Rechtspraak.nl
Geen spoedeisend belang bij handhaving non-concurrentiebeding na afloop geldigheid
TiP personeelsdiensten vordert in hoger beroep de handhaving van een non-concurrentiebeding tegen een voormalig werknemer die na beëindiging van zijn dienstverband in dienst trad bij een concurrerende uitzendorganisatie. De arbeidsovereenkomst bevatte een non-concurrentiebeding dat 24 maanden na beëindiging van het dienstverband van kracht zou zijn.
De werknemer had zijn dienstverband opgezegd en was in dienst getreden bij Selectin Personeelsdiensten. TiP stelde dat de werknemer het beding had geschonden en vorderde onder meer een verbod op concurrerende activiteiten en betaling van boetes en schadevergoeding. De kantonrechter wees de vorderingen af, waarna TiP in hoger beroep kwam.
Het hof stelt vast dat het non-concurrentiebeding sinds 1 september 2007 niet meer geldig is en onderzoekt of er nog een spoedeisend belang bestaat voor de vorderingen. Hoewel TiP een belang heeft bij vaststelling van overtreding vanwege precedentwerking, acht het hof dit belang niet spoedeisend. Ook voor betaling van boetes en schadevergoeding is onvoldoende spoedeisendheid gesteld.
Daarom wordt het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd en worden de vorderingen van TiP afgewezen. TiP wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen van TiP af wegens ontbreken van spoedeisend belang en bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter.