ECLI:NL:GHARN:2008:BC9878
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Valk
- Van der Beek
- Van Daalen
- De Lorijn
- Roelofsen
- Rechtspraak.nl
Beëindiging en uitleg van pachtovereenkomst na overlijden en verdeling erfgenamen
In deze zaak stond de uitleg van een pachtbeëindigingsovereenkomst centraal, waarbij partijen een eerdere beëindigingsovereenkomst hadden herroepen in een notariële akte van verdeling met een bijzonder beding. Het hof oordeelde dat een dergelijke herroeping als een nieuwe pachtovereenkomst moet worden beschouwd volgens artikelen 7:322 en 7:323 BW, tenzij anders blijkt uit objectieve maatstaven.
Het hof stelde vast dat de pachtovereenkomst per 17 december 2004, het moment van overlijden van de pachter, is geëindigd. De erfgenamen mochten het perceel tot de goedkeuring van de beëindigingsovereenkomst door de Centrale Grondkamer op 21 april 2006 gebruiken zonder rechtsgrond te schenden. Het bijzonder beding in de verdelingsakte herroept de beëindigingsovereenkomst niet, omdat daarvoor onvoldoende aanwijzingen waren.
Het hof veroordeelde geïntimeerden tot ontruiming van het perceel uiterlijk 1 november 2008, onder dwangsom, en tot betaling van een schadevergoeding van €11.500 per jaar voor gebruik na 1 november 2006, vermeerderd met wettelijke rente. Tevens moesten zij stukken over het bietenquotum overleggen en het bietenquotum aan appellante overschrijven. De proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: De pachtovereenkomst is geëindigd per 17 december 2004; geïntimeerden moeten het perceel uiterlijk 1 november 2008 ontruimen en schadevergoeding betalen voor gebruik na 1 november 2006.