ECLI:NL:GHARN:2008:BD0711
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Lensing
- Vegter
- Van der Herberg
- Rechtspraak.nl
Verlenging terbeschikkingstelling ondanks onmogelijkheid voortgezet verblijf in Nederland
Betrokkene is ter beschikking gesteld en verblijft in Nederland onder dwangverpleging. Het hof heeft de beslissing van de rechtbank vernietigd en de terbeschikkingstelling verlengd met twee jaar. Hoewel voortgezet verblijf in Nederland buiten het tbs-kader is uitgesloten, zijn er twee alternatieven: beëindiging van de tbs met uitzetting naar Turkije, of verlenging van de tbs zonder perspectief op resocialisatie in Nederland. Beide leiden tot een problematische situatie.
Het hof oordeelt dat verlenging van de tbs op dit moment niet in strijd is met artikel 3 en Pro 5 EVRM, omdat nog niet is vastgesteld dat niet alles is ondernomen om een passend vervolg te bieden. De Staat heeft de plicht om verdere inspanningen te verrichten om een passende voorziening in Turkije te creëren. Betrokkene heeft geen toestemming gegeven voor overbrenging naar Turkije, waardoor overdracht van tenuitvoerlegging nog onvoldoende is onderzocht.
De stoornis en het delictgevaar van betrokkene zijn nog steeds aanwezig, waardoor verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar noodzakelijk wordt geacht. Een verlenging van één jaar is niet aan de orde omdat reeds meer dan een jaar is verstreken sinds de uitspraak van de rechtbank. Het hof benadrukt dat de detentieomstandigheden niet mogen leiden tot verslechtering van de situatie van betrokkene.
Uitkomst: De terbeschikkingstelling van betrokkene wordt met twee jaar verlengd ondanks het ontbreken van perspectief op voortgezet verblijf in Nederland.