ECLI:NL:GHARN:2008:BD0965
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Ter Veer
- Mens
- Van der Dungen
- Rechtspraak.nl
Vordering op pensioenverrekening: recht op contante waarde of periodieke uitkering
De vrouw vorderde in hoger beroep dat de man het pensioenfonds zou laten berekenen wat zij aan pensioenrechten toekomt en dat hij dit bedrag ineens aan haar zou uitbetalen, vermeerderd met wettelijke rente. Subsidiair vorderde zij een maandelijkse uitkering vanaf het moment dat de man zijn pensioenrechten kan opeisen.
De rechtbank wees de vordering af omdat pensioenrechten voorwaardelijke rechten zijn, pas opeisbaar bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd of overlijden. Ook de vordering tot rente werd afgewezen. Het hof oordeelde dat de jurisprudentie (Boon/Van Loon) niet vereist dat een eenmalige uitkering van de contante waarde wordt gedaan, zeker niet na bijna 17 jaar sinds de scheiding.
Het hof acht een periodieke uitkering redelijker en billijk, mede omdat de man anders het bedrag moet voorfinancieren terwijl de vrouw mogelijk eerder overlijdt. Het hof vernietigde het vonnis en veroordeelde de man tot betaling van € 394,30 per jaar vanaf zijn 65e, exclusief vakantietoeslag, zolang de vrouw leeft. De proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: Man moet vanaf zijn 65e jaarlijks € 394,30 pensioen aan vrouw betalen zolang zij leeft, geen eenmalige contante uitkering.