ECLI:NL:GHARN:2008:BD1276
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof vernietigt kosten hernieuwd dwangbevel wegens onbehoorlijk handelen ontvanger
Belanghebbende werd geconfronteerd met aanmaningskosten, kosten van betekening van een dwangbevel, kosten van een hernieuwd dwangbevel en invorderingsrente in verband met een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (IB/PVV) 2001. Na diverse bezwaren en klachten bij de Belastingdienst, stelde belanghebbende beroep in bij de rechtbank, die het beroep grotendeels ongegrond verklaarde en niet-ontvankelijk verklaarde voor het deel over invorderingsrente.
In hoger beroep stelde belanghebbende dat de vervolgingskosten en invorderingsrente ten onrechte in rekening waren gebracht. Het hof oordeelde dat de kosten van het hernieuwd dwangbevel onterecht waren opgelegd omdat de ontvanger niet eerst op het bezwaar had moeten beslissen alvorens het hernieuwd bevel uit te brengen. Dit was in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
De kosten van het eerste dwangbevel en de aanmaningskosten waren terecht in rekening gebracht, omdat niet was gebleken dat het niet tijdig voldoen aan de belastingschuld aan belanghebbende niet kon worden verweten. Het beroep tegen de invorderingsrente werd niet-ontvankelijk verklaard omdat belanghebbende daartegen geen bezwaar had gemaakt.
Het hof vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank en vernietigde de kosten van het hernieuwd dwangbevel, verklaarde het beroep over de overige vervolgingskosten ongegrond en het beroep over de invorderingsrente niet-ontvankelijk. Tevens werd het griffierecht aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: Het Gerechtshof vernietigt de kosten van het hernieuwd dwangbevel wegens onbehoorlijk handelen van de ontvanger en verklaart het beroep inzake vervolgingskosten deels gegrond.