ECLI:NL:GHARN:2008:BD2377
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Hogere hypotheekrenteaftrek na bewijs eigenwoningschuld in inkomstenbelasting 2001
Belanghebbende was in geschil met de Inspecteur over de aftrekbaarheid van rente op hypothecaire geldleningen uit 1996 en 1998 in de inkomstenbelasting over 2001. Na eerdere procedures en een arrest van de Hoge Raad werd de zaak verwezen naar het Gerechtshof Arnhem voor nadere behandeling.
Belanghebbende stelde dat hij recht had op een hogere hypotheekrenteaftrek omdat hij aannemelijk had gemaakt dat een deel van de lening was besteed aan onderhoud en verbetering van de eigen woning. De Inspecteur betwistte dit, met name het oogmerk om de uitgaven met geleend geld te financieren en de toerekening van de lening aan de woning.
Het Hof oordeelde dat belanghebbende aannemelijk had gemaakt dat een bedrag van ƒ 12.102 aan onderhoudskosten met geleend geld was gefinancierd en dat de hypotheekverhogingen in 1996 en 1998 deels dienden ter aflossing van eerdere leningen. Hierdoor werd de eigenwoningschuld hoger vastgesteld, wat leidde tot een vermindering van het belastbaar inkomen uit werk en woning tot € 25.320.
Het Hof wees het beroep van belanghebbende toe, vernietigde de uitspraak op bezwaar en veroordeelde de Inspecteur in de proceskosten. Belanghebbende werd in de gelegenheid gesteld om bewijs te leveren, maar maakte geen gebruik van getuigen. De uitspraak werd in het openbaar gedaan door het Hof te Arnhem op 14 mei 2008.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt gegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting 2001 wordt verminderd tot een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 25.320.