ECLI:NL:GHARN:2008:BD2818
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Valk
- Olthof
- Van Daalen
- Jansens van Gellicum
- Duenk
- Rechtspraak.nl
Uitleg van het begrip agrarische waarde in pachtovereenkomst bij recht van koop
In deze zaak staat de uitleg van het begrip 'agrarische waarde' centraal, zoals opgenomen in een pachtovereenkomst uit 1969 met een recht van koop voor de pachter na overlijden van de verpachters. Verpachters stelden dat dit begrip moest worden uitgelegd als de waarde in onverpachte staat, of dat er sprake was van een misverstand over de betekenis.
Het hof oordeelt dat het begrip 'agrarische waarde' moet worden uitgelegd naar de betekenis die partijen redelijkerwijs mochten toekennen, waarbij aansluiting is gezocht bij het fiscale begrip zoals gebruikt in het successierecht. Dit begrip houdt in dat de waarde wordt bepaald op basis van de prijs die een opvolger in het bedrijf zou kunnen betalen, waarbij een nog juist lonende exploitatie mogelijk is.
Het hof acht het aannemelijk dat partijen, mede door de notaris en de maatschappelijke context van toen, dit fiscale waardebegrip voor ogen hadden. Het hof wijst de bezwaren van verpachters af, waaronder het argument dat het voorschot ten laste van de pachter had moeten komen en dat het beginsel van hoor en wederhoor zou zijn geschonden. De zaak wordt aangehouden voor nadere toelichting van verpachters op een specifieke omstandigheid.
Uitkomst: Het hof bevestigt de uitleg van het begrip agrarische waarde volgens het fiscale begrip en wijst de grieven van verpachters af, met aanhouding voor nadere toelichting.