ECLI:NL:GHARN:2008:BD5674
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- J.B.H. Röben
- D.V.E.M. Van der Wiel-Rammeloo
- N.E. Haas
- Rechtspraak.nl
Beoordeling extra toevoeging fiscale oudedagsreserve bij geruisloze terugkeer uit BV
Belanghebbende bracht zijn tandartsenpraktijk fiscaal geruisloos in een BV in, waarbij een lijfrenteverplichting werd gevormd. Bij toepassing van de geruisloze terugkeerfaciliteit wilde belanghebbende een extra toevoeging aan de fiscale oudedagsreserve (FOR) doen voor het volledige bedrag van de lijfrenteverplichting inclusief de oprenting.
De Inspecteur stond slechts een extra toevoeging toe voor het oorspronkelijke bedrag zonder de oprenting, en telde het meerdere bij het belastbare inkomen. De rechtbank had het bezwaar van belanghebbende gegrond verklaard, maar het hof vernietigde deze uitspraak en bevestigde het standpunt van de Inspecteur.
Het hof motiveerde dat de wetstekst en parlementaire geschiedenis niet toelaten dat het opgerente deel van de lijfrente wordt toegevoegd aan de FOR. De oprenting kan wel ondergebracht worden bij een pensioenuitvoerder zonder heffing, maar vormt geen grond voor een extra dotatie aan de FOR.
Het hoger beroep van de Inspecteur werd gegrond verklaard, het incidenteel hoger beroep van belanghebbende ongegrond, en de uitspraak van de rechtbank vernietigd. Verzoeken om proceskostenvergoeding en schadevergoeding werden afgewezen.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de extra toevoeging aan de fiscale oudedagsreserve niet mogelijk is voor het opgerente deel van de lijfrenteverplichting en wijst het incidenteel hoger beroep van belanghebbende af.