ECLI:NL:GHARN:2008:BD5906
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Wesseling-Lubberink
- Valk
- Bauw
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake vorderingen voor onbetaalde juridische bijstand aan vennootschappen en privépersonen
In deze civiele zaak vordert appellante betaling van onbetaalde declaraties voor juridische bijstand aan de vennootschappen A/B Financiën B.V. en Belba B.V. en aan de privépersonen [geïntimeerde sub 3] en [geïntimeerde sub 4]. De vennootschappen stonden onder een noodregeling van De Nederlandsche Bank, waarbij een bewindvoerder was benoemd. Appellante verleende juridische bijstand in procedures tegen deze noodregeling.
De rechtbank verklaarde appellante niet-ontvankelijk in haar vorderingen tegen de vennootschappen en wees haar vorderingen tegen de privé-geïntimeerden af. In hoger beroep vernietigt het hof de niet-ontvankelijkverklaring jegens de vennootschappen, maar wijst alsnog de vorderingen tegen hen af vanwege onduidelijkheid over de verdeling van de gevorderde bedragen en het ontbreken van concrete feiten die hoofdelijke aansprakelijkheid of verdeling rechtvaardigen.
De vorderingen tegen de privé-geïntimeerden worden bekrachtigd afgewezen omdat appellante onvoldoende heeft gesteld dat zij namens hen in privé opdracht heeft gegeven voor de juridische bijstand. Ook het beroep op verwevenheid van vennootschappen en privé-tegoeden overtuigt het hof niet. Appellante wordt veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De vorderingen van appellante worden afgewezen wegens onduidelijkheid en onvoldoende onderbouwing, met bekrachtiging van de afwijzing tegen privé-geïntimeerden.