ECLI:NL:GHARN:2008:BD9627
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Hermans
- De Hek
- Bunjes
- Rechtspraak.nl
Beoordeling goede trouw schuldenaar bij tussentijdse beëindiging WSNP na wetswijziging
In deze zaak staat het hoger beroep centraal tegen de tussentijdse beëindiging van de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) die door de rechtbank Zwolle-Lelystad is uitgesproken. De rechtbank had geoordeeld dat appellante niet te goeder trouw was geweest ten aanzien van het ontstaan en het onbetaald laten van haar schulden, mede vanwege het niet opgeven van een belastingschuld van meer dan vier miljoen euro bij de aanvraag van de WSNP.
Sinds de wetswijziging van 1 januari 2008 ligt de bewijslast van goede trouw bij de schuldenaar. Het hof constateert dat er geen duidelijke en gedocumenteerde toelichting van appellante is over het ontstaan van haar schulden, wat in beginsel tot bekrachtiging van het vonnis zou leiden. Echter, gezien het feit dat appellante in eerste aanleg niet door een advocaat werd bijgestaan en haar advocaat in een laat stadium stukken heeft ingediend die mogelijk relevant zijn, acht het hof het niet redelijk om nu al consequenties te verbinden aan dit verzuim.
Daarom krijgt appellante de gelegenheid om binnen veertien dagen na de zitting een schriftuur in te dienen waarin zij duidelijk uiteenzet, bij voorkeur met bewijsstukken, hoe haar schulden zijn ontstaan en waarom zij meent dat zij te goeder trouw is geweest. De zaak wordt aangehouden en de behandeling voortgezet op 3 september 2008. Het hof neemt geen kennis van vertrouwelijke stukken die niet aan alle procespartijen zijn verstrekt, in acht nemend het beginsel van hoor en wederhoor.
Uitkomst: Het hof houdt de zaak aan en biedt appellante gelegenheid om haar goede trouw nader toe te lichten met bewijsstukken.