ECLI:NL:GHARN:2008:BD9778
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Hermans
- Melssen
- Peper
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing alimentatieverzoek na echtscheidingsconvenant en nadere overeenkomst
In deze zaak stond de vraag centraal of de man verplicht was de vrouw blijvend een bijdrage van € 200 per maand te betalen na hun echtscheidingsconvenant van 28 september 2005. De vrouw stelde dat partijen een nadere overeenkomst hadden gesloten die een onbepaalde voortzetting van deze betalingen inhield. De man betwistte dit en stelde dat de betaling tijdelijk was, als overbrugging tot de vrouw haar deel van het ouderdomspensioen ontving.
Het hof oordeelde dat de visies van partijen over de strekking van de nadere overeenkomst principieel verschilden en dat er onvoldoende feiten en bewijs waren om de stelling van de vrouw te ondersteunen. De betaling van € 200 was lager dan het pensioenbedrag dat de vrouw vanaf augustus 2006 ontving, wat de uitleg van de man versterkte. Ook werd meegewogen dat partijen bij het opstellen van het convenant juridische bijstand hadden gehad.
Daarnaast verwierp het hof het subsidiaire beroep van de vrouw op een ingrijpende wijziging van omstandigheden, mede omdat zij onvoldoende feiten en omstandigheden had gesteld en de rechtbank haar beschikking niet kennelijk onjuist was. De vrouw werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten van het hoger beroep aan de zijde van de man. De beschikking van de rechtbank Zwolle-Lelystad werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van het alimentatieverzoek en veroordeelt de vrouw tot betaling van de kosten van het hoger beroep.