ECLI:NL:GHARN:2008:BE8705
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Valk
- Olthof
- Van Daalen
- ing. De Lorijn
- ir. Rogaar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging pachtovereenkomst en verdeling melkquotum bij verkoop na beëindiging pacht
In deze zaak staat centraal de vraag of sprake is van een pachtovereenkomst met betrekking tot percelen groenland en de verdeling van de opbrengst van een melkquotum dat in 1984 is toegekend. Appellant sub 1 betwistte de kwalificatie van het gebruik als pacht en voerde meerdere grieven aan tegen eerdere vonnissen die hem veroordeelden tot betaling aan de geïntimeerden, de rechtsopvolgers van de verpachters.
Het hof stelde vast dat tussen partijen in de periode 1966 tot 1971 schriftelijke pachtovereenkomsten bestonden en dat appellant sub 1 de percelen tot 2004 heeft gebruikt met betaling van een vergoeding. De grieven die stelden dat er geen sprake was van pacht, dat de percelen niet voor melkvee werden gebruikt, en dat het gebruik niet exclusief was, faalden omdat appellant onvoldoende gemotiveerd had en het hof het bestaan van een pachtovereenkomst aannam op grond van de overeengekomen tegenprestatie.
Het hof bevestigde dat het vaste uitgangspunt van 50% van de verkoopopbrengst van het melkquotum aan de verpachter toekomt, omdat zowel pachter als verpachter hebben bijgedragen aan het ontstaan van het melkquotum. De nieuwe grief over de oppervlakte van de percelen werd niet in behandeling genomen wegens te late indiening. Uiteindelijk werden de bestreden vonnissen bekrachtigd en appellant sub 1 veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de vonnissen en veroordeelt appellant sub 1 tot betaling van 50% van de verkoopopbrengst van het melkquotum aan de verpachters.