ECLI:NL:GHARN:2008:BE8727
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Valk
- Van Osch
- Kerssemakers
- De Lorijn
- Rogaar
- Rechtspraak.nl
Samenhang BSZB-quotum met gepachte grond en gevolgen voor pachtovereenkomst
In deze zaak staat centraal of het op basis van de Beschikking superheffing zure boerderijzuivelprodukten (BSZB) toegekende quotum op gelijke wijze als het reguliere melkquotum met het gepachte samenhangt. Het hof bevestigt dat het BSZB-quotum, voor zover het gebaseerd is op melkproductie op het gepachte, op dezelfde wijze met het gepachte is gaan samenhangen. Dit geldt ook indien de toekenning mede berust op investeringsverplichtingen van de pachter.
De pachter, die sinds 1983 grond pachtte en een melkquotum had, stopte in 1997 met melkproductie en verkocht het BSZB-quotum aan een derde. De verpachter vorderde ontbinding van de pachtovereenkomst, ontruiming en betaling van een schadevergoeding voor het verkochte BSZB-quotum. Het hof oordeelt dat de pachter een vergoeding van 50% van de waarde van het met het gepachte samenhangende BSZB-quotum aan de verpachter verschuldigd is.
Verder wordt geoordeeld dat de pachter tekort is geschoten door het BSZB-quotum zonder toestemming te vervreemden, wat ontbinding en ontruiming rechtvaardigt. De vordering van de pachter tot betaling van de volledige verkoopopbrengst van het reguliere melkquotum wordt afgewezen. De zaak wordt verwezen naar de rol voor nadere berekening van de vergoeding en verdere proceskosten worden deels gecompenseerd.
Uitkomst: Het BSZB-quotum hangt met het gepachte samen en de pachter is een schadevergoeding aan de verpachter verschuldigd; de pachtovereenkomst wordt ontbonden en het gepachte ontruimd.