ECLI:NL:GHARN:2008:BE8746
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- C.G. ter Veer
- Mens
- Van den Dungen
- Rechtspraak.nl
Verjaring vordering som ineens en bewijs lening in verdeling nalatenschap
In deze zaak staat de verdeling van de nalatenschap van de vader centraal, waarbij appellante aanspraak maakt op een som ineens voor verzorging van haar ouders en een lening van 100.000 gulden aan haar vader. Het hof stelt vast dat de vordering tot som ineens op grond van artikel 4:36 BW Pro is verjaard, ondanks tijdige aanmelding binnen negen maanden na overlijden, omdat de verjaringstermijn niet tijdig is gestuit.
Daarnaast staat het hof appellante toe bewijs te leveren van de lening die zij in 1990 aan haar vader zou hebben verstrekt, omdat het bewijsaanbod voldoende is gespecificeerd en de tegenpartij dit betwist. De vergoeding voor verzorging uit een overeenkomst uit 1986 wordt in principe erkend, maar de tegenpartij betwist dat aan de verplichtingen is voldaan.
Het hof wijst verder op de noodzaak van een comparitie van partijen om te trachten tot een minnelijke regeling te komen, waarbij ook de wijze van bewijslevering zal worden besproken. De rentevergoeding over de erfdelen is terecht toegekend en de verdeling van de nalatenschap wordt in goede justitie vastgesteld. De zaak wordt aangehouden voor verdere afwikkeling.
Uitkomst: De vordering tot som ineens is verjaard, bewijslevering over lening toegestaan, en comparitie gelast voor verdere afwikkeling nalatenschap.