met betrekking tot de vorderingen van JMB Timmerwerken B.V. op L&L c.s.
12. Tussen partijen is niet in geschil dat JMB Timmerwerken B.V. op 6 februari 2007 met L&L is overeengekomen dat zij voor een bedrag van € 9.500,00 (exclusief BTW, glas en aflakken) zeven nieuwe kozijnen met draaikiep-ramen zal leveren en plaatsen. Evenmin is in geschil dat zij op 28 maart 2007 met Rossien is overeengekomen om voor een bedrag van € 49.980,00 diverse werkzaamheden aan het dak van het pand te verrichten.
12.1 JMB Timmerwerken B.V. heeft L&L de volgende facturen gestuurd:
* 28 november 2006 € 3.124,23
betreft: schoonmaak en elektra
* 22 maart 2007 € 24.157,00
betreft: kozijnen
Beide nota's zijn inclusief BTW. De nota van 28 november 2006 is nadien voor een bedrag van € 320,00 gecrediteerd.
12.2 JMB Timmerwerken B.V. heeft daarnaast aan Rossien de volgende nota's gestuurd:
* 20 april 2007 € 2.243,15 (inclusief BTW)
betreft: glas voor de kozijnen inclusief het zetten en kitten van ramen.
* 13 juli 2007 € 8.550,00 (BTW verlegd)
betreft: materiaal voor kozijn met draaikiep-ramen
12.3 JMB Timmerwerken B.V. heeft ter onderbouwing van haar factuur van 28 november 2006 in de appeldagvaarding een summier toegelicht betoog (toelichting op productie 10, onderdeel i) gehouden, als gevolg waarvan voor het hof onvoldoende inzichtelijk is waarop JMB Timmerwerken B.V. de betalingsverplichting van L&L doet steunen. Nu de verschuldigdheid van de factuur bovendien door L&L wordt betwist zal de vordering in zoverre worden afgewezen.
12.4 Wat betreft de factuur van 22 maart 2007 heeft JMB Timmerwerken een aantal summiere en nauwelijks toegelichte stellingen geponeerd (toelichting op productie 10 voornoemd, onderdeel vii). Het hof leidt evenwel uit datzelfde betoog af dat JMB Timmerwerken B.V. in het kader van dit kort geding haar vordering beperkt tot de overeengekomen prijs van € 9.500,00. Nu L&L dit onderdeel van de vordering slechts betwist voor zover het gaat om het meerdere, heeft JMB Timmerwerken B.V. voldoende aannemelijk gemaakt dat zij tot een bedrag van
€ 9.500,00 een vordering op L&L heeft, zodat dit bedrag toewijsbaar is.
12.5 De vordering jegens Rossien is toewijsbaar voor zover het om de factuur van 20 april 2007 gaat, nu JMB Timmerwerken B.V. deze factuur voldoende heeft onderbouwd en Roossien de verschuldigdheid hiervan vervolgens niet heeft betwist.
12.6 Wat betreft de aan Roossien gerichte factuur van 13 juli 2007 overweegt het hof dat tussen partijen niet in geschil is dat deze factuur betrekking heeft op twee dakkapellen, die JMB Timmerwerken B.V. niet heeft geleverd. Roossien heeft (zie pleitnota eerste aanleg, onder 62) hieromtrent naar voren gebracht dat zij bij gebrek aan wetenschap betwist dat de werkzaamheden daadwerkelijk door JMB Timmerwerken B.V. zijn verricht en voorts dat de vordering uit hoofde van deze factuur, zolang de dakkapellen niet zijn geleverd, niet opeisbaar is. JMB Timmerwerken B.V. is vervolgens in de appeldagvaarding niet voldoende gemotiveerd op deze betwisting ingegaan, nu zij niet op toereikende wijze heeft vermeld dat, in weerwil van de omstandigheid dat de dakkapellen niet zijn geleverd, in zoverre op Roossien een betalingsverplichting zou rusten. In het bijzonder valt niet in te zien dat Roossien, zoals JMB Timmerwerken B.V. in de toelichting op grief 7 stelt, door het verrichten van de desbetreffende werkzaamheden ongerechtvaardigd verrijkt zou zijn en uit dien hoofde - kennelijk bij wijze van schadevergoeding - de factuur zou moeten betalen. De vordering zal in zoverre worden afgewezen.