ECLI:NL:GHARN:2008:BF0769
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Hermans
- Melssen
- Van der Meer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling medewerking aan dwangakkoord en schuldsaneringsregeling bij grote schuldenlast
In deze zaak stond de vraag centraal of appellant medewerking moest verlenen aan een dwangakkoord aangeboden door geïntimeerden, die een schuldsaneringsregeling nastreefden. Het hof onderzocht of geïntimeerden te goeder trouw waren bij het ontstaan van de schulden en of appellant redelijkerwijs kon weigeren medewerking te verlenen.
Het hof concludeerde dat geïntimeerden hun goede trouw aannemelijk hadden gemaakt en dat appellant onvoldoende had onderbouwd dat zij wanbeleid hadden gevoerd. Hoewel appellant een groot aandeel had in de schuldenlast, was het perspectief op volledige voldoening bij faillissement onzeker en woog dit niet zwaarder dan de belangen van de schuldenaren en overige schuldeisers.
Het hof oordeelde dat appellant in redelijkheid niet tot weigering van instemming kon komen, mede omdat het dwangakkoord door een deskundig bureau was getoetst en goed gedocumenteerd was. De kosten van de procedure werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis van de rechtbank werd bekrachtigd, behalve de kostenveroordeling die werd vernietigd.
Uitkomst: Appellant moet medewerking verlenen aan het dwangakkoord; proceskosten worden gecompenseerd.