ECLI:NL:GHARN:2008:BF7460
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep kort geding
- Smeeïng-van Hees
- Van den Brink
- Knottnerus
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanspraak op vergoeding wachtgeld na dienstverband
In deze zaak staat de tenuitvoerlegging van een beschikking centraal waarbij appellant aanspraak maakt op een vergoeding van €40.000 bruto. De kantonrechter had bepaald dat deze vergoeding betaald moest worden onder de voorwaarde dat appellant een wachtgelduitkering aanvraagt en daadwerkelijk ontvangt in de periode van 4 mei 2006 tot 4 mei 2007.
Appellant had vanaf 1 juni 2006 een nieuw dienstverband en ontving geen wachtgeld- of werkloosheidsuitkering in de genoemde periode. De voorzieningenrechter had daarom de betaling van de vergoeding geweigerd en het hoger beroep van appellant richt zich tegen deze beslissing.
Het hof oordeelt dat de rechter in het executiegeschil gebonden is aan de oorspronkelijke beschikking en deze niet zelfstandig mag herzien. Het hof bevestigt dat appellant slechts recht heeft op de vergoeding indien aan beide voorwaarden is voldaan. Omdat appellant niet aan de tweede voorwaarde voldeed, wordt het hoger beroep afgewezen en het vonnis van de voorzieningenrechter bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bekrachtigt het vonnis dat appellant geen aanspraak heeft op de vergoeding van €40.000 bruto wegens het ontbreken van een wachtgelduitkering.