ECLI:NL:GHARN:2008:BG1006
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Van den Brink
- Hillen
- Meijer
- Rechtspraak.nl
Vaststelling nakoming en boetebeding bij levering onroerend goed met huurovereenkomst
In deze zaak staat centraal de vraag of geïntimeerde recht heeft op betaling van een bedrag van €95.000,-- dat door de Gemeente is ingehouden op de koopprijs van een pand vanwege te late levering. De Gemeente stelde dat geïntimeerde de koopovereenkomst niet correct was nagekomen omdat het pand niet voor 1 januari 2007, maar pas op 31 januari 2007 werd geleverd, waardoor een contractuele boete verschuldigd was.
De voorzieningenrechter had de vordering van geïntimeerde toegewezen, omdat hij oordeelde dat de Gemeente het vertrouwen had gewekt niet strikt aan de leveringsdatum vast te houden en dat er geen schade was geleden door de beperkte vertraging. Het hof oordeelde echter dat de Gemeente vanaf medio 2006 duidelijk had gemaakt dat uitstel niet mogelijk was en dat geïntimeerde onvoldoende inspanningen had verricht om de nakoming tijdig te realiseren, onder meer door het niet tijdig opzeggen van de huurovereenkomst.
Het hof stelde dat de boete een prikkel tot nakoming is en dat matiging slechts mogelijk is indien de billijkheid dat klaarblijkelijk eist. Dit was in deze zaak niet aannemelijk geworden. Het hof vernietigde het vonnis van de voorzieningenrechter en wees de vordering van geïntimeerde af. Tevens veroordeelde het hof geïntimeerde tot terugbetaling van het reeds betaalde bedrag en in de proceskosten van beide instanties.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering van geïntimeerde af en veroordeelt hem tot terugbetaling van de boete met rente en proceskosten.