ECLI:NL:GHARN:2008:BG1047
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Smeeïng-van Hees
- Van den Brink
- Knottnerus
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid vordering tot oproeping in vrijwaring en deskundigenbericht in hoger beroep
In deze civiele zaak heeft appellant bij incidentele memorie voor het eerst in hoger beroep gevorderd zijn ex-echtgenote in vrijwaring te roepen. Het hof overweegt dat oproeping in vrijwaring niet voor het eerst in hoger beroep kan plaatsvinden, gelet op de procesrechtelijke waarborgen en wetsgeschiedenis van artikel 210 en Pro 353 Rv.
Daarnaast heeft appellant verzocht om een voorlopig deskundigenbericht en een deskundigenbericht over de echtheid van een handtekening. Het hof oordeelt dat een verzoek op grond van artikel 202 Rv Pro niet via incidentele memorie kan worden ingediend en dat het verzoek op grond van artikel 194 Rv Pro niet is gemotiveerd en niet in het belang van een efficiënte procedure is.
Het hof verklaart appellant niet-ontvankelijk in zijn vorderingen, wijst de verzoeken af en veroordeelt appellant in de kosten van het incident. De zaak wordt verwezen naar de rol voor verdere behandeling in hoger beroep.
Uitkomst: Appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn vorderingen tot oproeping in vrijwaring en deskundigenbericht en veroordeeld in de proceskosten.