ECLI:NL:GHARN:2008:BG1417
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Van den Brink
- Smeeïng-van Hees
- Van Rossum
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens afstand van rechten in Dexia Aanbod-effectenleaseovereenkomst
In deze zaak stond centraal of de geïntimeerde, door het aanvaarden van de Dexia Aanbod-overeenkomst, afstand had gedaan van zijn aanspraken jegens Hoevelaken advies B.V., die als tussenpersoon betrokken was bij de effectenlease-overeenkomsten. Het hof benadrukte dat bij de uitleg van de overeenkomst alle omstandigheden van het concrete geval en de maatstaven van redelijkheid en billijkheid van belang zijn, waarbij de overeenkomst eenzijdig was opgesteld voor een brede groep particuliere cliënten.
Het hof stelde vast dat de bepalingen in artikel 5.1 van de overeenkomst een derdenbeding bevatten en dat Hoevelaken als tussenpersoon kan worden aangemerkt. De geïntimeerde had contact met Hoevelaken over het Profit Effect-product en had geen andere beleggingsadviezen ontvangen. Het hof verwierp het verweer dat Hoevelaken ook als adviseur optrad of garanties gaf die buiten het derdenbeding vielen.
Verder oordeelde het hof dat de geïntimeerde op het moment van aanvaarding van het Dexia Aanbod voldoende gelegenheid had om zich te oriënteren op zijn rechten en de gevolgen van afstand daarvan. Het beroep van de geïntimeerde op onwetendheid werd verworpen. Hierdoor slaagde het beroep van Hoevelaken en werden eerdere vonnissen vernietigd en de vordering afgewezen.
Het hof veroordeelde de geïntimeerde in de proceskosten en verklaarde partijen niet-ontvankelijk in het beroep tegen het tussenvonnis van 9 februari 2005. Het incidenteel beroep werd verworpen en de kostenveroordeling werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De vordering van de geïntimeerde wordt afgewezen wegens afstand van rechten in de Dexia Aanbod-overeenkomst.