ECLI:NL:GHARN:2008:BG1457
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Mollema
- Breemhaar
- Rowel-van der Linde
- Rechtspraak.nl
Bevestiging huurprijs na verbouwing en vergelijking met vergelijkingsobjecten
In deze zaak stond de nadere vaststelling van de huurprijs centraal, waarbij appellant de huurprijs van het gehuurde wilde verlagen op grond van een verbouwing die volgens haar met geringe kosten was gerealiseerd. Geïntimeerde had de winkelruimte uitgebreid met de voormalige rookkamer en koelcel, wat volgens haar aanzienlijke kosten met zich meebracht.
Het hof oordeelde dat appellant onvoldoende bewijs had geleverd om haar stelling te onderbouwen dat de verbouwing met geringe middelen was uitgevoerd. Het enkele schrijven van de verhuurster van een vergelijkingsobject was te summier om de door appellant gestelde huurprijs te staven. Daarnaast werd de huurprijs vastgesteld op basis van het advies van de Bedrijfshuuradviescommissie, waarbij de gemiddelde huurprijs per vierkante meter leidend was.
De mogelijkheid tot uitbreiding van de verkoopruimte werd wel meegewogen, omdat de kosten van de verbouwing meer dan gering waren. Het hof volgde het oordeel van de kantonrechter dat de vrijstelling van huurbetaling gedurende 1,5 maand onvoldoende compensatie bood voor de verbouwingskosten.
Uiteindelijk werd het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd, de vordering van appellant afgewezen en werd appellant veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bevestigt de huurprijs en wijst de vordering van appellant af wegens onvoldoende onderbouwing.