ECLI:NL:GHARN:2008:BG1702
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- H.C. Frankena
- Van der Beek
- Hillen
- Rechtspraak.nl
Geschil over waardering erfpachtgrond bij verkoop en heruitgifte door gemeente Arnhem
De gemeente Arnhem en de Verenigingen Erfpachters Paasberg en Alteveer zijn in geschil over de wijze waarop de gemeente de waarde van erfpachtgrond bepaalt bij verkoop en heruitgifte na afloop van de erfpachttermijn. De erfpachters stellen dat de gemeente de grondwaarde ten onrechte baseert op de fictie dat de grond onbebouwd is, terwijl bebouwde grond minder waard is. Zij vorderen een reductie van 45% op de door de gemeente gehanteerde grondprijzen.
De gemeente verdedigt haar methode en stelt dat een reductie wegens bebouwing niet gerechtvaardigd is, mede omdat de woningen in de wijken Paasberg en Alteveer zeer gewild zijn. De rechtbank had de gemeente veroordeeld omdat zij ten onrechte uitging van onbebouwde waarde zonder voldoende reductie toe te passen. Het hof bevestigt dat de gemeente in beginsel de actuele waarde mag vragen, maar dat zij onvoldoende inzicht heeft gegeven in de gevolgen van haar beleid voor de erfpachters.
Het hof benadrukt dat de relatie tussen gemeente en erfpachters wordt beheerst door redelijkheid en billijkheid, waarbij de algemene beginselen van behoorlijk bestuur van toepassing zijn. Het hof wijst op het ontbreken van voldoende onderzoek door de gemeente naar de effecten van haar prijsbeleid en wijst op de noodzaak van nadere informatievoorziening en een comparitie om te bezien of partijen tot een minnelijke regeling kunnen komen.
Het hof wijst verder op het verschil met eerdere jurisprudentie uit Amsterdam en Den Haag, en benadrukt dat de gemeente haar monopoliepositie niet mag misbruiken. De zaak wordt aangehouden en partijen worden opgeroepen om nadere informatie te verstrekken over de verhouding tussen grondprijs en totale waarde van grond en opstal, en over de gang van zaken bij koopovereenkomsten en eventuele protestclausules.
Tot slot wordt een comparitie gelast om nadere inlichtingen te verkrijgen en te onderzoeken of een schikking mogelijk is. Alle overige beslissingen worden aangehouden.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat de gemeente onvoldoende inzicht gaf in de effecten van haar beleid en gelast een comparitie voor nadere informatie en mogelijke minnelijke regeling.