ECLI:NL:GHARN:2008:BG1994
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Smeeïng-van Hees
- Van den Brink
- Groen
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot vaststelling en betaling van nakosten na arrest ontbinding vennootschap onder firma
In deze civiele zaak heeft het Gerechtshof Arnhem het verzoek van verzoeker toegewezen om nakosten van €199,- vast te stellen en te gelasten tot betaling door verweerder. Dit verzoek volgde op een eerder arrest waarbij verweerder in het ongelijk werd gesteld en veroordeeld tot proceskosten.
Verweerder voerde verweer met een beroep op verrekening van een vordering van €11.456,71 uit hoofde van energieverbruik van de ontbonden vennootschap onder firma (v.o.f.), maar verzoeker betwistte de hoogte van deze vordering en stelde dat verweerder zelf een hogere schuld aan de v.o.f. heeft. Tevens stelde verzoeker dat de vordering van verweerder niet privé op hem kan worden verhaald.
Het hof oordeelde dat de gegrondheid van het verrekeningsverweer niet eenvoudig vast te stellen is, mede omdat partijen nog moeten afrekenen in een lopende procedure bij de rechtbank Arnhem. Gezien het feit dat verweerder niet heeft weersproken dat de nakosten zijn gemaakt, wees het hof het verzoek toe conform artikel 6:136 BW Pro en artikel 237 lid 4 Rv Pro. De nakosten werden vastgesteld op €199,- en verweerder werd bevolen dit bedrag te betalen aan verzoeker.
De beschikking werd gegeven in een openbare terechtzitting op 1 juli 2008 door de kamer bestaande uit de genoemde rechters.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot vaststelling en betaling van nakosten van €199 toe en beveelt verweerder tot betaling aan verzoeker.