ECLI:NL:GHARN:2008:BG2055
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Valk
- Frankena
- Wattendorff
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid en oorzakelijk verband hepatitis B bij directeur handelsonderneming
In deze civiele zaak staat de beoordeling van de arbeidsongeschiktheid van appellant centraal, die drager is van het hepatitis B-virus. Het hof heeft op basis van medische rapporten en deskundigenverhoren vastgesteld dat appellant sinds zijn ziekmelding op 12 maart 1999 ernstige vermoeidheidsklachten heeft gehad die verband houden met hepatitis B. Diverse medische gegevens, waaronder een leverbiopt en verklaringen van artsen en familie, ondersteunen dit.
Hoewel het verband tussen hepatitis B en vermoeidheidsklachten niet direct medisch is vastgesteld, acht het hof de aanwijzingen voldoende om het oorzakelijk verband als bewezen te beschouwen. De verzekeringsgeneeskundige beoordeling van het UWV, zoals vastgelegd in het belastbaarheidspatroon, wordt als uitgangspunt genomen voor de mate van arbeidsongeschiktheid.
Het hof wijst erop dat Achmea onvoldoende heeft aangetoond dat appellant niet meewerkte aan medisch onderzoek na 2004, en geeft opdracht aan de deskundige Artoos om op basis van het belastbaarheidspatroon een nieuwe beoordeling te maken. Partijen krijgen gelegenheid zich uit te laten over de hoogte van een voorschot voor deze deskundigenkosten. De zaak wordt aangehouden voor verdere beslissing na het deskundigenbericht.
Uitkomst: Het hof acht het oorzakelijk verband tussen hepatitis B en vermoeidheidsklachten bewezen en draagt een nieuwe deskundigenbeoordeling op, waarna verdere beslissing volgt.