ECLI:NL:GHARN:2008:BG2635
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- C.G. ter Veer
- B.M. Mens
- G.P.M. van den Dungen
- Rechtspraak.nl
Geschil over anti-speculatiebeding en kostenveroordeling in beëindigingsovereenkomst VOF
In deze civiele zaak staat de uitleg en nakoming van een anti-speculatiebeding in een beëindigingsovereenkomst tussen partijen centraal. De man en vrouw, voormalig vennoten en echtelieden, zijn in geschil geraakt over de verrekening van de opbrengst van een perceel grond dat binnen vijf jaar na het einde van hun vennootschap werd verkocht.
De rechtbank had geoordeeld dat de man gehouden was tot betaling aan de vrouw van een deel van de meerwaarde boven een afgesproken bedrag. De man stelde dat de notariële akte dwingend bewijs leverde dat de vrouw met een gewijzigde redactie van het beding had ingestemd, maar het hof oordeelde dat de werkelijke bedoeling van partijen en de context van de overeenkomst doorslaggevend zijn. De man was niet in verzuim om wettelijke rente te verschuldigen vanaf de verkoopdatum, maar het hof stelde vast dat verzuim was ingetreden vier dagen na het moment dat de vordering opeisbaar werd.
Het hof verwierp de meeste grieven van de man en bekrachtigde het vonnis van 16 november 2005, vernietigde echter het vonnis van 24 januari 2007 voor wat betreft de kostenveroordeling en veroordeelde de man tot betaling van proceskosten inclusief beslagkosten. Het arrest werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De man is gehouden tot betaling van de helft van de meerwaarde van het perceel met wettelijke rente en wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.