ECLI:NL:GHARN:2008:BG5032
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- G.P.M. van den Dungen
- G.J. Rijken
- C.W.P. van Gelder
- Rechtspraak.nl
Vaststelling bijdrage in kosten verzorging en opvoeding kinderen na beëindiging relatie
Partijen zijn uit elkaar en hebben vijf kinderen samen. De vrouw oefent het gezag uit en heeft bij de rechtbank een bijdrage van de man in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen gevorderd. De rechtbank stelde een lage bijdrage vast, waartegen de vrouw in hoger beroep ging. De man stelde zich op het standpunt dat de bijdrage niet verhoogd moest worden en stelde tevens incidenteel beroep in.
Het hof constateert dat beide partijen niet volledig en naar waarheid de voor de beslissing relevante feiten hebben aangevoerd, met name omtrent de financiële situatie van de man en de vrouw. De vrouw bracht een rapport in waaruit blijkt dat de man substantieel neveninkomsten behaalt uit een huisslagerij, hetgeen de man slechts gedeeltelijk erkende. Ook is vastgesteld dat de man samenwoont met een nieuwe partner, wat invloed heeft op de woonlasten.
Het hof berekent het gezamenlijke netto gezinsinkomen tijdens de samenwoning op €4.553,- per maand, inclusief neveninkomsten van de man. Op basis van de tabel van de werkgroep Alimentatienormen wordt de behoefte van de kinderen vastgesteld op €285,- per kind per maand. Gezien het ontbreken van een waarheidsgetrouwe draagkrachtvergelijking gaat het hof uit van een gelijke verdeling van de kosten. Het hof vernietigt de beschikking van de rechtbank en bepaalt dat de man €142,50 per kind per maand betaalt, met ingang van 22 mei 2007. De proceskosten in hoger beroep worden gecompenseerd.
Uitkomst: De man moet vanaf 22 mei 2007 €142,50 per kind per maand betalen als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding.