ECLI:NL:GHARN:2008:BG9231
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- M.A. Verschuur
- J. de Bock
- M. Telman
- Rechtspraak.nl
Vergoeding natuurstroomovereenkomst verbonden aan feitelijke levering stroom
In deze zaak staat centraal of de betalingsverplichting uit een natuurstroomovereenkomst tussen Nuon en Rotaform ook na beëindiging van de energieleveringsovereenkomst blijft bestaan. Nuon vordert betaling van openstaande facturen en kosten, terwijl Rotaform stelt dat de natuurstroomovereenkomst haar werking heeft verloren door de opzegging van de energieleveringsovereenkomst.
De natuurstroomovereenkomst, gesloten per 1 januari 1999, verplichtte Nuon tot het jaarlijks opwekken van een bepaalde hoeveelheid duurzame energie en Rotaform tot betaling van een vergoeding. De energieleveringsovereenkomst kon jaarlijks worden opgezegd en werd door Rotaform beëindigd per 2002, waarna zij stroom van een andere leverancier afnam.
De rechtbank stelde Rotaform in het gelijk en oordeelde dat de betalingsverplichting uit de natuurstroomovereenkomst verviel door het wegvallen van de feitelijke levering van stroom. Nuon ging in hoger beroep tegen dit oordeel. Het hof bevestigde dat de natuurstroomovereenkomst onlosmakelijk verbonden is met de feitelijke levering van stroom en dat de vergoeding niet los daarvan doorloopt. De grieven van Nuon werden afgewezen en het vonnis van de rechtbank werd bekrachtigd.
Het hof overwoog dat de koppeling tussen de natuurstroomovereenkomst en energieleveringsovereenkomst redelijkerwijs door Rotaform moest worden begrepen, mede gezien de commerciële relevantie van het REB-nihiltarief. De verplichting tot betaling en opwekking van natuurstroom eindigt derhalve bij het beëindigen van de stroomlevering door Nuon.
Nuon werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De betalingsverplichting uit de natuurstroomovereenkomst eindigt bij beëindiging van de energieleveringsovereenkomst en Nuon wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.