ECLI:NL:GHARN:2008:BH4105
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Smeeïng-van Hees
- Van den Brink
- Meijer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot toepassing wettelijke schuldsaneringsregeling na eerdere beëindiging
Appellante verzocht om toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling, nadat de rechtbank Zutphen dit verzoek op 5 maart 2008 had afgewezen wegens gegronde vrees dat zij haar verplichtingen niet zou nakomen. Deze vrees was gebaseerd op het feit dat appellante zonder kennisgeving niet was verschenen bij eerdere zittingen.
Appellante betwistte dit en gaf aan dat zij op de eerste zitting een voogdijzitting had en dat de toelatingszitting zou worden verplaatst, maar zij had de oproep voor de tweede zitting niet ontvangen. Uit stukken bleek dat appellante eerder al onder de schuldsaneringsregeling viel, die tussentijds was beëindigd wegens het niet nakomen van afspraken en het ontstaan van nieuwe schulden.
Het hof oordeelde dat deze eerdere tussentijdse beëindiging een imperatieve afwijzingsgrond vormt op grond van artikel 288 lid 2 onder Pro d Faillissementswet. Daarom werd het hoger beroep verworpen en het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt niet toegewezen.