ECLI:NL:GHARN:2008:BH4333
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Smeeïng-van Hees
- Van den Brink
- Meijer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot schuldsaneringsregeling en opheffing faillissement vennoot v.o.f.
In deze zaak is appellant, vennoot van een vennootschap onder firma (v.o.f.), failliet verklaard. Hij verzocht de rechtbank om opheffing van zijn faillissement met gelijktijdige toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling. De rechtbank wees dit verzoek af omdat appellant niet te goeder trouw was ten aanzien van het ontstaan en het onbetaald laten van zijn schulden.
Appellant ging in hoger beroep tegen deze afwijzing en stelde dat zijn medevennoot verantwoordelijk was voor het niet voeren van een deugdelijke administratie en dat hij onjuist was voorgelicht over de financiële situatie. Het hof oordeelde echter dat appellant als ondernemer zelf verantwoordelijk is voor het voeren van een juiste administratie en zich niet kon verschuilen achter de taakverdeling met zijn medevennoot.
Daarnaast stelde het hof vast dat de griffier ten onrechte geen kennisgeving had gedaan aan de vennoten over de mogelijkheid om een verzoek tot schuldsanering in te dienen, maar liet dit buiten beschouwing omdat het verzoek inhoudelijk toch moest worden afgewezen. Het hoger beroep werd verworpen en het vonnis van de rechtbank werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst het verzoek tot schuldsaneringsregeling af wegens gebrek aan goede trouw.