ECLI:NL:GHARN:2008:BH4483
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- M.A.M. Vaessen
- A.E.F. Hillen
- A.M.C. Groen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot toelating schuldsaneringsregeling na tussentijdse beëindiging wegens fraude
De appellant was eerder toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling, maar deze werd tussentijds beëindigd vanwege het verzwijgen van inkomsten van zijn echtgenote, wat leidde tot een fraudeschuld van €509,10. De rechtbank Arnhem wees het verzoek tot hernieuwde toelating tot de regeling af op grond van artikel 288 lid 2 sub d Faillissementswet Pro, omdat minder dan tien jaar waren verstreken sinds de beëindiging en de fraude aan de appellant kon worden toegerekend.
De appellant voerde aan dat hem de fraude niet te verwijten viel, omdat hij ervan uitging dat de gemeente al op de hoogte was van de inkomsten van zijn echtgenote. Tevens stelde hij dat het feit dat zijn echtgenote wel de schone lei was verleend en hij niet, een schending van het gelijkheidsbeginsel betekende.
Het hof oordeelde dat het niet opgeven van de inkomsten wel degelijk aan de appellant was toe te rekenen en dat dit leidde tot de beëindiging van de schuldsaneringsregeling. Het verschil in behandeling met zijn echtgenote bood onvoldoende grond om af te wijken van de dwingende wettelijke afwijzingsgrond. Het hoger beroep werd daarom verworpen en het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het verzoek tot hernieuwde toelating tot de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens aan appellant toe te rekenen fraude.