ECLI:NL:GHARN:2009:BH1169
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- O. Anjewierden
- G. Dam
- J.A. Wiarda
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel bij medeplegen flessentrekkerij
Veroordeelde werd in eerste aanleg veroordeeld wegens medeplegen van flessentrekkerij, waarbij hij op grote schaal levensmiddelen kocht met de bedoeling deze niet te betalen. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank Zwolle-Lelystad en stelde het wederrechtelijk verkregen voordeel opnieuw vast op €192.350,41, hoger dan de eerdere schatting van €116.886,44.
De berekening van het voordeel is gebaseerd op de gefactureerde waarde van de goederen, waarbij het hof geen kosten in mindering bracht omdat onvoldoende aannemelijk was dat gemaakte kosten direct verband hielden met de strafbare feiten. Het voordeel werd pondspondsgewijs toegerekend aan de plegers, waarbij voor verschillende bedrijven het voordeel evenredig werd verdeeld over het aantal deelnemers.
De vorderingen van benadeelde partijen werden in mindering gebracht op het voordeel voor zover deze corresponderen met het geschatte voordeel. Het hof verwierp het draagkrachtverweer van veroordeelde, omdat draagkracht pas in de executiefase aan de orde komt en geen omstandigheden waren dat veroordeelde niet zou kunnen betalen.
Het hof legde de betalingsverplichting tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van €192.350,41 op aan veroordeelde en vernietigde het vonnis waarvan beroep om opnieuw recht te doen.
Uitkomst: Het hof stelt het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €192.350,41 en legt de betalingsverplichting tot dat bedrag op aan veroordeelde.