ECLI:NL:GHARN:2009:BH1397
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- R. den Ouden
- J.P.M. Kooijmans
- A.O. Lubbers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling kwijtscheldingswinstvrijstelling bij zakelijke schikking tussen onafhankelijke partijen
Belanghebbende kreeg voor 2002 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd die na bezwaar en beroep bij de rechtbank werd verminderd tot nihil belastbaar inkomen uit werk en woning. De inspecteur stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De kern van het geschil betrof de toepassing van de kwijtscheldingswinstvrijstelling op de winst die ontstond door het prijsgeven van een schuld door de schuldeiser aan belanghebbende.
Belanghebbende had een overeenkomst als zelfstandig agent met een Belgische vennootschap (NV) en ontving voorschotten op provisie. Na het mislukken van onderhandelingen over terugbetaling van de schuld, droeg belanghebbende zijn woning en auto over aan zijn echtgenote om verhaal te beperken. De NV startte een civiele procedure wegens paulianeuze rechtshandelingen en legde conservatoir beslag. Uiteindelijk werd een schikking getroffen waarbij belanghebbende een deel betaalde en de rest werd kwijtgescholden.
Het Hof oordeelde dat de NV als schuldeiser zakelijk handelde bij het prijsgeven van de vordering, gelet op de kennis van de onttrekking van vermogensbestanddelen en de gemaakte kosten-batenanalyse. De handelwijze van belanghebbende om verhaal te beperken doet niet af aan de toepassing van de vrijstelling. Het hoger beroep van de inspecteur werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Daarnaast werd de inspecteur veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende, vastgesteld op € 966, en werd een griffierecht van € 433 geheven. Beide partijen kunnen binnen zes weken cassatieberoep instellen bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat de kwijtscheldingswinstvrijstelling van toepassing is en verklaart het hoger beroep van de Inspecteur ongegrond.