ECLI:NL:GHARN:2009:BH1749

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
30 januari 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
24-002439-07
Instantie
Gerechtshof Arnhem
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs diefstal met valse sleutel en gebruik gestolen bankpas

Verdachte was in eerste aanleg veroordeeld voor tweemaal diefstal door middel van een valse sleutel, namelijk het pinnen van geld en het betalen van goederen met een gestolen bankpas. In hoger beroep vernietigde het hof dit vonnis en sprak verdachte vrij.

Het hof stelde vast dat het tijdstip van de transactie in de bankapparatuur niet duidelijk was gekoppeld aan de handeling van verdachte, aangezien een ander persoon met de bankpas handelde vóórdat verdachte in beeld kwam bij de geldautomaat. Daarnaast was er geen onderzoek verricht naar de betaling met de gestolen bankpas bij een juwelier, waardoor onvoldoende bewijs bestond voor een veroordeling.

De raadsman van verdachte was gemachtigd om te pleiten en het hoger beroep was tijdig ingesteld. De advocaat-generaal had een werkstraf en schadevergoeding geëist, maar het hof wees deze vorderingen af vanwege het ontbreken van bewijs. Het arrest werd gewezen door drie rechters en vernietigde het vonnis van de politierechter, met vrijspraak voor de ten laste gelegde feiten.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor diefstal met valse sleutel en gebruik van gestolen bankpas.

Uitspraak

Parketnummer: 24-002439-07
Parketnummer eerste aanleg: 07-600798-06
Arrest van 30 januari 2009 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 1 oktober 2007 in de strafzaak tegen:
[verdachte],
geboren op [1984] te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats], [adres],
niet ter terechtzitting verschenen. Wel verschenen is de raadsman van verdachte
mr. A. Taner, advocaat te Lelystad.
Het vonnis waarvan beroep
De politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij het vonnis, voor zover aan hoger beroep onderworpen, wegens misdrijven veroordeeld tot een straf en een maatregel, en heeft voorts op de vordering van de benadeelde partij beslist, een en ander zoals in dat vonnis omschreven.
Gebruik van het rechtsmiddel
De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.
Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep
De raadsman van verdachte heeft verklaard uitdrukkelijk te zijn gemachtigd verdachte ter terechtzitting te verdedigen.
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Omvang van het hoger beroep
De raadsman van verdachte heeft verklaard, geen hoger beroep te hebben willen instellen tegen de vrijspraak ter zake van het onder 1 primair, subsidiair en meer subsidiair ten laste gelegde. Het hof zal het hoger beroep aldus beperkt opvatten.
De vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte wegens de onder 2 en onder 3 primair ten laste gelegde feiten zal veroordelen tot een werkstraf voor de duur van zestig uren. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof de vordering van de benadeelde partij zal toewijzen tot een bedrag van € 3.740,00 met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel tot eenzelfde bedrag.
De beslissing op het hoger beroep
Het hof zal het vonnis, voor zover aan hoger beroep onderworpen, vernietigen en in zoverre opnieuw recht doen.
Tenlastelegging
Aan dit arrest is gehecht een fotokopie van de inleidende dagvaarding. De - als voor dit hoger beroep van belang - onder 2 en onder 3 primair en subsidiair vermelde inhoud van de tenlastelegging wordt geacht hier te zijn overgenomen.
Vrijspraak
Het hof acht niet bewezen hetgeen onder 2 en onder 3 primair en subsidiair aan verdachte is ten laste gelegd, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken.
Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde overweegt het hof het volgende.
In het dossier bevindt zich een stuk met als opschrift "detail transactie: overige gegevens" d.d. 11 mei 2005 betreffende de opname van een bedrag van € 1.250,00 uit een geldautomaat op 26 april 2005 ten laste van bankrekeningnummer [rekeningnummer] t.n.v. [ naam 1] en/of [naam 2]. Op dit stuk is onder meer vermeld "lokaal tx-tijdstip: 26-04-2005 13:48:08". Op welke handeling of gebeurtenis dit lokaal tx-tijdstip betrekking heeft, blijkt niet uit het dossier. Uit de koppeling van dit tijdstip aan het rekeningnummer van de aangever volgt dat het in de rede ligt te veronderstellen, althans dat niet kan worden uitgesloten, dat op dit tijdstip de bankpas in de pinautomaat is gebracht.
In het dossier bevindt zich voorts een CD-Rom waarop zich beelden bevinden die zijn vastgelegd voor de betreffende geldautomaat van de Rabobank te [plaats]. Op het eerste beeld, dat is vastgelegd op 13:48:49, is te zien dat een man, niet zijnde verdachte, zich voor de betreffende geldautomaat bevindt. Om 13:48:50 verwijdert deze man zich van de geldautomaat en om 13:48:52 komt verdachte herkenbaar in beeld. Hij verwijdert zich om 13:50:07 van de geldautomaat.
Onder de omstandigheid dat niet bekend is welke handeling of gebeurtenis is geregistreerd om 13:48:08 moet het er naar het oordeel van het hof voor worden gehouden dat 44 seconden voordat verdachte bij de betreffende geldautomaat in beeld komt mogelijk iemand anders met de betreffende bankpas enige handeling heeft uitgevoerd. Derhalve moet hij van het onder 2 ten laste gelegde worden vrijgesproken.
Ten aanzien van het onder 3 primair en subsidiair ten laste gelegde overweegt het hof dat uit het dossier niet blijkt dat enig onderzoek is verricht naar de persoon of personen door wie op 26 april 2005 bij juwelier[naam 3] (het hof leest: [naam 3]) te [plaats] gebruik is gemaakt van de bankpas van aangever [ naam 1]. Ook in het geval dat zou kunnen worden vastgesteld dat verdachte ruim een uur eerder beschikte over deze bankpas, zou dat op zichzelf onvoldoende aanleiding zijn voor een veroordeling.
De uitspraak
HET HOF,
RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:
vernietigt het vonnis, waarvan beroep, voor zover aan hoger beroep onderworpen, en in zoverre opnieuw recht doende:
verklaart het verdachte onder 2 en onder 3 primair en subsidiair ten laste gelegde niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij.
Dit arrest is aldus gewezen door mr. O. Anjewierden, voorzitter, mr. S. Zwerwer en mr. W. Foppen, in tegenwoordigheid van mr. A. Meester als griffier, zijnde mr. Foppen voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.