ECLI:NL:GHARN:2009:BH1931
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- J.J. Beswerda
- H.M.E. Laméris-Tebbenhoff Rijnenberg
- E. Pennink
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor opzettelijke overtreding opslag afvalstoffen zonder vergunning
Verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor het opzettelijk opslaan van zeefafval in zijn pompoenenkwekerij annex handel en opslag van bemestingsstoffen en tuinartikelen, zonder daarvoor een vergunning te hebben. Het hof oordeelde dat het materiaal als afvalstof moet worden beschouwd, ongeacht dat het nog commerciële waarde had, omdat de intentie van de houder bepalend is voor het begrip afvalstof.
De tenlastelegging werd aangepast en het hof achtte bewezen dat verdachte in de periode van augustus 2006 tot september 2007 de inrichting had veranderd door het opslaan van zeefafval zonder vergunning. Verdachte voerde aan dat het materiaal houtsnippers betrof en geen afvalstof was, maar dit werd verworpen op grond van de Europese richtlijn en jurisprudentie.
Het hof hield rekening met de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het werd gepleegd en de persoonlijke situatie van verdachte. Verdachte werd veroordeeld tot een geldboete van €3.000, waarvan €1.500 voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en bij niet-betaling vervangende hechtenis opgelegd.
De strafuitsluitingsgronden werden niet aangenomen en het hof vernietigde het eerdere vonnis van de economische politierechter, deed opnieuw recht en sprak verdachte vrij van andere tenlasteleggingen die niet bewezen werden geacht.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van €3.000, waarvan €1.500 voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en vervangende hechtenis bij niet-betaling.