ECLI:NL:GHARN:2009:BH1965
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Beswerda
- Rechtspraak.nl
Vergoeding kosten en schade toegekend na strafzaak zonder oplegging van straf
Verzoeker heeft een verzoek ingediend op grond van artikelen 591 en 591a van het Wetboek van Strafvordering om vergoeding van kosten en/of schade geleden in een strafzaak. De strafzaak tegen verzoeker werd behandeld door de economische politierechter en het hof, waarbij het arrest van het hof onherroepelijk werd op 5 januari 2008. De zaak eindigde zonder oplegging van straf of maatregel en zonder toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.
Het hof heeft het verzoek in openbare raadkamer behandeld op 11 juli 2008 en 21 januari 2009, waarbij verzoeker en zijn advocaat niet verschenen. Uit het verzoek bleek dat verzoeker kosten had gemaakt voor raadsman en het verzoek zelf, in totaal €3.490,62. Het hof achtte gronden van billijkheid aanwezig en kende een vergoeding toe bestaande uit procureurssalaris, kosten uittreksels, honorarium raadsman en kantoorkosten, en kosten verzoekschrift.
De beschikking van het hof van 4 februari 2009 wijst het verzoek toe en beveelt de tenuitvoerlegging van de vergoeding door overmaking van het bedrag op de bankrekening van de advocaat van verzoeker. Hiermee wordt tegemoet gekomen aan de billijke vergoeding voor de gemaakte kosten in de strafprocedure die zonder strafoplegging eindigde.
Uitkomst: Verzoeker krijgt een vergoeding van €3.490,62 toegekend voor gemaakte kosten in de strafzaak.