ECLI:NL:GHARN:2009:BH2466
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- J.I.M.W. Bartelds
- Y.A.J.M. van Kuijck
- M.H.M. Boekhorst-Carrillo
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot achterwege laten vervroegde invrijheidstelling wegens vermeende ernstige misdraging
Veroordeelde was veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaren door de rechtbank Maastricht. De officier van justitie verzocht het hof om de vervroegde invrijheidstelling van veroordeelde achterwege te laten op grond van een ernstige misdraging, namelijk bezit en/of handel in XTC-pillen tijdens verlof.
Tijdens de behandeling van de zaak werd de procedure aangehouden om aanvullende informatie te verkrijgen over een nieuwe strafzaak tegen veroordeelde. Uiteindelijk bleek dat de originele processtukken niet meer te vinden waren en dat een vervolging niet kansrijk was. De advocaat-generaal concludeerde dat er geen vervolging en dus ook geen veroordeling meer te verwachten was.
Het hof oordeelde dat op basis van de beschikbare informatie onvoldoende is gebleken dat er een gerede kans is op een veroordeling wegens bezit of handel in XTC-pillen. Daarmee kon niet worden vastgesteld dat sprake was van een ernstige misdraging in de zin van artikel 15a, eerste lid, aanhef en onder c, van het Wetboek van Strafrecht.
Daarom wees het hof de vordering van de officier van justitie af en liet de vervroegde invrijheidstelling van veroordeelde onverminderd van kracht.
Uitkomst: De vordering tot het achterwege laten van de vervroegde invrijheidstelling is afgewezen wegens onvoldoende bewijs van ernstige misdraging.