ECLI:NL:GHARN:2009:BH4236
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt rechtsvermoeden arbeidsovereenkomst en toewijzing achterstallig salaris
Appellante verrichtte werkzaamheden voor de Stichting Dierenopvang Hengelo van 27 juni tot en met 24 december 2007. Hoewel de schriftelijke arbeidsovereenkomst pas inging per 1 oktober 2007, stelde appellante dat zij reeds vanaf eind juni 2007 in dienst was. Het hof oordeelde dat appellante gedurende drie opeenvolgende maanden meer dan 20 uur per maand werkte, waardoor het rechtsvermoeden van artikel 7:610a BW van toepassing is.
De Stichting voerde tegenbewijs aan, maar het hof vond dit onvoldoende om het vermoeden te weerleggen. Er waren tegenstrijdige verklaringen over de afspraken, en de betaling van een voorschot in november 2007 onderstreepte het bestaan van een arbeidsovereenkomst voor de periode voorafgaand aan oktober 2007. De loonvordering over deze periode werd daarom toegewezen.
Voor de periode na 1 oktober 2007 wees het hof de vorderingen af, omdat de schriftelijke overeenkomst een 0-uren contract bevatte en overwerk als vrijwilligerswerk werd beschouwd. Ook de vordering tot doorbetaling van loon na januari 2008 werd afgewezen, mede omdat appellante onvoldoende aannemelijk maakte dat zij recht had op een vaste arbeidsduur of dat het niet oproepen in strijd was met redelijkheid en billijkheid.
Het hof vernietigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde de Stichting tot betaling van het bruto equivalent van het achterstallige salaris over de periode eind juni tot en met september 2007, vermeerderd met wettelijke verhoging en rente. De overige vorderingen werden afgewezen en de Stichting werd veroordeeld in de kosten van beide instanties.
Uitkomst: Het hof veroordeelt de Stichting tot betaling van achterstallig salaris over juni-september 2007 en wijst overige loonvorderingen af.