ECLI:NL:GHARN:2009:BH4601
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- J.P. Fokker
- H. van Loo
- W. Duitemeijer
- Rechtspraak.nl
Geen arbeidsovereenkomst tussen depothouder en Interlanden, wel schadevergoeding wegens onregelmatige opzegging
In deze civiele zaak stond centraal of tussen [appellant sub 2] en Interlanden een arbeidsovereenkomst dan wel een overeenkomst van opdracht bestond. [Appellant sub 2] verrichtte werkzaamheden als depothouder en bezorgondersteuner voor Interlanden. Het hof concludeerde dat partijen bij het sluiten van de overeenkomst en de feitelijke uitvoering daarvan een overeenkomst van opdracht voor ogen hadden, waarbij het vermoeden van een arbeidsovereenkomst volgens artikel 7:610a BW werd weerlegd.
Daarnaast was in geschil of de opzegging van de distributieovereenkomst door Interlanden rechtsgeldig was. Hoewel Interlanden de overeenkomst met onmiddellijke ingang opzegde wegens het valselijk ondertekenen van aanstellingsformulieren door [appellant sub 2], oordeelde het hof dat dit geen ernstige wanprestatie opleverde die onmiddellijke opzegging rechtvaardigde. De opzegging zonder inachtneming van de contractuele opzegtermijn van een maand was daarom onrechtmatig.
Het hof wees de meeste vorderingen van [appellant sub 2] af, waaronder de vorderingen die uitgingen van het bestaan van een arbeidsovereenkomst. Wel werd een schadevergoeding toegekend ter grootte van de gemiste inkomsten over de contractuele opzegtermijn van een maand, zijnde € 2.731,-. Kosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Het arrest bevestigt dat financiële afhankelijkheid en instructiebevoegdheid niet automatisch leiden tot een arbeidsovereenkomst, en benadrukt het belang van de feitelijke uitvoering en de bedoeling van partijen bij de kwalificatie van de overeenkomst.
Uitkomst: Geen arbeidsovereenkomst, wel schadevergoeding van €2.731 wegens onregelmatige opzegging van de distributieovereenkomst.