ECLI:NL:GHARN:2009:BH5260
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof veroordeelt verdachte tot 400 dagen gevangenisstraf voor afpersing met geweld
Op 30 januari 2007 heeft verdachte samen met anderen in de gemeente [gemeente] [slachtoffer 1] met geweld gedwongen tot afgifte van 325 euro, geld toebehorende aan [slachtoffer 2]. Het geweld bestond uit slaan met een fles, vasthouden, gooien op de grond, trappen en schoppen. Verdachte ontkende de tenlastelegging, maar het hof achtte het wettig en overtuigend bewezen dat verdachte betrokken was bij de afpersing.
De rechtbank sprak verdachte impliciet vrij van een tweede tenlastelegging, maar het hof verklaarde verdachte niet ontvankelijk in hoger beroep tegen die vrijspraak. De raadsman voerde aan dat het bewijs onvoldoende was omdat het slechts gebaseerd was op de verklaring van een medeverdachte, maar het hof verwierp dit en vond meer bewijsmiddelen aanwezig.
Verdachte had eerder een voorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd gekregen, die het hof nu gelastte ten uitvoer te leggen vanwege het plegen van een nieuw strafbaar feit binnen de proeftijd. Gelet op de ernst van het feit, de omstandigheden en de eerdere veroordeling, legde het hof een gevangenisstraf van 400 dagen op, waarbij de tijd in voorlopige hechtenis in mindering werd gebracht.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank Zwolle-Lelystad en deed opnieuw recht. Verdachte werd veroordeeld voor afpersing in vereniging met geweld, terwijl hij werd vrijgesproken van overige tenlasteleggingen. De gevangenisstraf werd opgelegd met inachtneming van de gewijzigde wetsartikelen per 1 juli 2008.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 400 dagen gevangenisstraf wegens afpersing met geweld.