ECLI:NL:GHARN:2009:BH5267
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Zuidema
- Kuiper
- Breemhaar
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over aanspraak partnerpensioen op grond van pensioenovereenkomst
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of appellante aanspraak kon maken op partnerpensioen op grond van een pensioenovereenkomst met [persoonsnaam geïntimeerde] Machinery Holding c.s. Appellante voerde aan dat zij recht had op partnerpensioen uit hoofde van twee pensioenbrieven die door de overleden directeur [geïntimeerde in persoon] namens de vennootschap waren ondertekend.
De rechtbank had dit betwist, maar het hof oordeelde anders. Het hof stelde vast dat de pensioenbrief van 1993 en het daarop volgende addendum, waarin afspraken over het partnerpensioen waren vastgelegd, rechtsgeldig waren en dat de aanwijzing van [geïntimeerde in persoon] krachtens art. 2:256 BW Pro hem bevoegd maakte de pensioenregeling namens de vennootschap aan te gaan.
Het hof verwierp het verweer dat alleen gezamenlijk met een andere bestuurder gehandeld kon worden en oordeelde dat de wijziging van het partnerpensioenpercentage van 60% naar 50% niet door appellante was geaccepteerd, zodat 60% geldt. Het hof stelde appellante in het gelijk en gaf geïntimeerden de opdracht om een berekening te maken van de verschuldigde en toekomstige pensioentermijnen, waarna appellante daarop kan reageren.
De uitspraak bevestigt de rechtsgeldigheid van de pensioenovereenkomst en de aanspraken van appellante op partnerpensioen, en verplicht geïntimeerden tot nakoming en transparantie over de pensioenrechten.
Uitkomst: Het hof verklaart appellante gerechtigd tot partnerpensioen conform de pensioenovereenkomst en veroordeelt geïntimeerden tot nakoming en informatieverstrekking.