ECLI:NL:GHARN:2009:BH5762
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- H.G.W. Stikkelbroeck
- F.J.H. van der Loeff
- P.H.A.J. Cremers
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof wijst deels vordering tot achterwege laten vervroegde invrijheidstelling wegens zeer ernstige misdragingen
Veroordeelde is bij arrest veroordeeld tot gevangenisstraf voor meerdere strafbare feiten waaronder poging tot afpersing en bedreiging. De officier van justitie verzocht om de vervroegde invrijheidstelling achterwege te laten vanwege nieuwe ernstige strafbare feiten gepleegd tijdens de tenuitvoerlegging van de straf.
Het hof stelde vast dat verdachte zich inderdaad schuldig heeft gemaakt aan nieuwe strafbare feiten zoals uitlokking van wederrechtelijke vrijheidsberoving, zware mishandeling, mishandeling, afpersing en bedreiging. Deze feiten kwalificeren als zeer ernstige misdragingen in de zin van artikel 15a Wetboek van Strafrecht.
De raadsman van verdachte verzocht primair om aanhouding van de zaak tot behandeling van cassatie, subsidiair om afwijzing van de vordering omdat het juridische debat nog niet was afgerond. Het hof wees dit verzoek af en oordeelde dat voldoende bewijs was geleverd.
Het hof besloot de vervroegde invrijheidstelling gedeeltelijk achterwege te laten en deze pas toe te staan twee jaar na het vroegst mogelijke tijdstip. Hierbij werden ook persoonlijke omstandigheden van verdachte meegewogen.
De beslissing werd genomen door het Gerechtshof Arnhem op 11 maart 2009, waarbij één raadsheer niet kon medeondertekenen.
Uitkomst: De vervroegde invrijheidstelling wordt gedeeltelijk achterwege gelaten en uitgesteld tot twee jaar na het vroegst mogelijke tijdstip.